Inleiding “Een Lolita” – NTGent 2012

INLEIDING ‘EEN LOLITA’                                      Nathalie De Neve

Verboden liefde. (ik ga er meteen invliegen) Wat is liefde?

Liefde als in begeerte, verlangen, trouw, zielsrust, seks, aantrekking, affectie, procreatiedrang, … Liefde. Wat is liefde?

Marguerite Duras schreef: “Liefde is het verlangen naar wat niet kan.” Een omschrijving die vele mensen heden ten dage zullen herkennen. Want liefde, zoals wij haar percipiëren, komt in de realiteit maar zelden voor. Ontstaat, maar blijft niet duren.

Wat blijft niet duren? De liefde? Of het verlangen? Als het verlangen wordt ingevuld stopt het verlangen. Sommigen beweren dat daar de liefde begint. Anderen beweren dat daar de berusting begint. Berusten in het leven zoals het is. Stoppen met verlangen naar wat niet kan.

In een recensie op Theatermaggezien.net las ik dat het theaterstuk ‘Een Lolita’ gaat over het besef dat niet het bezitten maar het begeren alles is.

Liefde als begeerte dus. Liefde als lust.

Misschien is ‘wat niet kan’ gelijk aan de fantasie, de droom: het verlangen de werkelijkheid te ontvluchten. Maar wat is het verschil tussen werkelijkheid en fantasie? Leven we niet allemaal een beetje in ons hoofd? Is het niet essentieel in een mensenleven om steeds te blijven dromen?

En wat als je fantasie de werkelijkheid ontmoet? Wat als het onmogelijke toch mogelijkheid blijkt.

NABOKOV

Vladimir Nabokov schreef in 1955 de controversiële roman Lolita.

Het verhaal geeft vooral een psychologisch beeld van het jonge meisje achter het seksobject en een empathisch portret van haar aanbidder Humbert. Belangrijk thema is de drang tot het najagen van lustgevoelens, uiteindelijk zelfs ten koste van andermans leven. De passionele moord.

Lolita vertelt de geschiedenis van de gecultiveerde literaire wetenschapper Humbert, een doorsnee persoon, die als een blok valt voor Lolita, het 12-jarige nymfachtig dochtertje van zijn hospita. Om bij haar te kunnen zijn trouwt hij met de moeder. Als deze echter achter zijn intenties komt raakt ze in shock, wordt ze in paniek geschept door een auto en overlijdt.

Humbert en Lolita vertrekken uit het dorp waar ze wonen en reizen van motel naar motel. Er ontstaat gaandeweg een relatie tussen hen, ook seksueel. Humbert voelt zich de gelukkigste man op aarde. Lolita daarentegen blijkt echter een eigen wil te hebben en bevecht steeds meer haar eigen geluk. Lolita en Humbert worden in de roman gevolgd door een man die later de obscure Quilty blijkt te zijn, een oude bekende die ooit het schooltoneelstuk schreef waarin Lolita een hoofdrol vervulde. Humbert wordt steeds meer geplaagd door gevoelens van paranoia tegenover deze ‘schaduw’ waardoor een onwerkelijk sfeertje ontstaat. Op het eind van het boek verlaat Lolita Humbert uiteindelijk toch voor Quilty.

Als Humbert Lolita later opnieuw op het spoor komt (inmiddels is ze zeventien) blijkt ze ineens getrouwd met een onbeduidende arbeider, is ze zwanger en woont ze ergens in een onderkomen arbeiderswoning. Humbert probeert haar nog te overtuigen om naar hem terug te keren, maar ze weigert. Als ze Humbert vervolgens vertelt over haar affaire met Quilty en hoe deze geprobeerd heeft haar te misbruiken, leidt dat er uiteindelijk toe dat Humbert zich naar Quilty’s woning begeeft en hem vermoordt.

Het verhaal van Lolita wordt in de roman van Nabokov verteld vanuit de ik-persoon, maar blijkt later door Humbert vanuit de gevangenis geschreven in de vorm van een bekentenis voor de jury van de rechtbank die hem moet veroordelen of vrijspreken, ‘natuurlijk niet om mijn hoofd, maar om mijn ziel te redden’. Waarmee de vraag wat door Humbert gefantaseerd is en wat niet zich eens te meer opdringt.

Lolita is vanaf het moment van publicatie in 1955 een controversiële roman geweest, niet alleen vanwege het manisch-erotische perspectief van Humbert, maar uiteraard ook vanwege de leeftijd van Lolita. Inmiddels heeft het boek de schandaalsfeer al lang overstegen en wordt het door critici beoordeeld als wereldliteratuur. Lolita zelf is intussen zelfs het archetype geworden van een vroegrijpe nymfomane tiener.

 

 

KUBRICK

Lolita werd in 1962 ook verfilmd door Stanley Kubrick. Net als het boek was ook de film bij verschijning omstreden. In verschillende landen werd de film gecensureerd.

Nochtans was het een echte kaskraker die werd genomineerd voor de Academy Award voor beste script, vier Golden Globes en de Gouden Leeuw van het Filmfestival van Venetië.

 

BEWERKING DEWULF

Vandaag ziet u een bewerking van regisseuse Julie Van den Berghe en auteur Bernard Dewulf.

Bernard Dewulf werd bekend om de columns die hij samen met Hugo Camps publiceerde op de voorpagina van De Morgen. Vandaag schrijft hij voor het weekendmagazine van De Standaard en publiceert hij regelmatig boeken. In 2009 verscheen “Kleine dagen” waarvoor hij in 2010 de Libris Literatuur Prijs ontving. Recentelijk verscheen van hem “Trekvogels in de mist”.

Als auteur en dramaturg voor het theaterhuis NTGent schreef hij een theaterbewerking van Lolita.

Inspiratiebronnen zijn onder meer ‘Dagboek van Lo’ (1995) van de Italiaanse auteur Pia Pera, waarin een voormalige ‘nimfette’ haar beleving van zo’n geheime relatie prijsgeeft, en de romans van Louis Paul Boon.

De toneelbewerking van Dewulf is hoogst origineel en gedurfd. Hij sleept ons mee in het perspectief van het meisje, Lolita. Zoals het had kunnen zijn, zoals ze het had kunnen ervaren. Zoals ze de affaire mogelijk voor zichzelf heeft verklaard, zoals ze zich soms een prinses voelde en soms een verdorven wicht, ontluikend en onwaarschijnlijk eenzaam.

Het geheel schept een bijzonder intrigerend resultaat.

Op het ogenblik dat pedofilie een van de zwaarste zondes is in onze maatschappij, stapt Dewulf gewoon over de morele of politieke implicaties. Hij toont in zijn tekst hoe zuiver en natuurlijk zulke verboden liefdes soms kunnen zijn.

Zijn theatertekst gaat eigenlijk over wat men noemt ‘efebofilie’. Dat is ‘de seksuele aantrekkingskracht bij volwassenen voor jongens en meisjes vanaf 12 jaar’.

Ongeveer vanaf twaalf jaar houdt de psychiatrische grens van pedofilie op en begint efebofilie.

Dewulf heeft er duidelijk voor gekozen om iets van schoonheid te zoeken in dit soort van menselijke verhoudingen. De afschuwelijke kant is natuurlijk zeer reëel. Maar de grote kracht van literatuur en van theater is juist dat je van ‘gruwel’ ook een andere, onverwachte kant kunt laten zien.

Het feit dat Dewulf ervoor kiest om het perspectief van het meisje in te nemen, geeft ook een aanzet tot het omkeren van de machtsverhouding. Wie heeft wie in de macht? Op het eerste gezicht denkt iedereen aan de oudere man, maar in dit verhaal is Lolita degene die verleidt, die de eerste stappen tot toenadering zet en hem op het einde ook verlaat. In de roman van Nabokov gaat de liefde van Humbert voor Lolita zelfs zo ver dat hij er een passionele moord voor pleegt. Namelijk op Quilty, waarvan zij zegt dat hij haar probeerde misbruiken. Zeer paradoxaal eigenlijk. Lolita daarentegen laat Humbert eigenlijk gewoon vallen en gaat verder met een andere man. Het is die verslagenheid die Dewulf laat zien in het mannelijk personage.

Dewulf kiest ervoor om de namen uit de roman niet te gebruiken.

“Een Lolita” bestaat eigenlijk uit twee op elkaar inspelende monologen. Zoals bij Nabokov gaat het bij Dewulf ook over een onweerstaanbare begeerte van een volwassen man voor het zeer jonge en nymfomane meisje Lolita. Dewulf stelt het zo voor, alsof de volwassen en rijper geworden Lolita, haar ontluikende puberteit en het verdere erotische avontuur, in gedachten opnieuw beleeft. Ze herinnert zich alles en gaat er weer volledig in op. Net als toen… Daartegenover staat de man die haar aanbad en aan wie ze niet kon weerstaan. Hij is een man van de rede geworden, van beschouwen en zichzelf bevragen.

In de bewerking van Dewulf is Dolores (gespeeld door Els Dottermans) inmiddels een jaar of veertig. Ze is moeder en maakt geurzakjes met lavendel. Waar zij een nieuw leven is begonnen, is Humbert (gespeeld door Frank Focketyn) blijven hangen in zijn onblusbare verlangen naar haar.

Ze halen de hele tijd herinneringen aan elkaar op, al wordt nooit helemaal duidelijk of ze dat nu samen doen of onafhankelijk van elkaar. Die ambiguïteit is mooi, omdat het het ongrijpbare en tragische verlangen versterkt dat tussen hen in blijft hangen.

Tragisch, omdat het verleden waarop ze beiden terugkijken niet alleen onbereikbaar is, maar ook voor beiden anders. Dolores kijkt vooral terug naar de momenten waarop er nog naar haar verlangd werd, de tijden waarin haar kont en haar borsten nog niet hingen. Met dat romantische gezever van haar geliefde had ze niet zoveel. Hij was immers vooral speelgoed bij het ontdekken van haar vrouw-zijn. Haar geliefde daarentegen is in de loop der tijd steeds verliefder geworden op de herinnering aan dat meisje dat nog geen vrouw was.

Alweer een toespeling op het omkeren van de machtsrelatie…

TAAL

De taal die Dewulf de spelers, Els Dottermans en Frank Focketyn, meegeeft is fris en puur. Het is poëzie die zich niet opdringt en esthetisch omschrijft wat men gewoonlijk niet openlijk durft te bekennen. Dewulf geeft begeerte en intimiteit een ziel en een stem.

Hij weet een evenwicht te vinden tussen sentiment en humor, tussen geilheid en weemoed.

De teksten zijn sensueel en wanneer in grote details over het vrijen wordt gesproken, zijn het pareltjes van erotiek. Deze onschuld hebben we in onze toneelliteratuur bij Hugo Claus gekend, waar het een pamflettair gegeven was. Hier is het een beschrijving van een mooi gedeeld gevoel.

Dewulfs taal is zo fijngevoelig en poëtisch, dat je tijdens de voorstelling een schrift bij de hand zou willen hebben om de ettelijke prachtige volzinnen in op te tekenen. Voor sommigen stelt deze dichterlijke uitvoering een theatraal probleem: de ritmiek en de inhoud lijken gemaakt om verinnerlijkt te lezen. Het duo Dottermans-Focketyn zijn echter subliem in het reciteren van deze superieure tekst.

SPEELSTIJL

Els Dottermans is zelf tegen de vijftig en maakt er een voorstelling van over haar ouder wordende lichaam. Ze beklimt en berijdt tafels, bekijkt haar kont in de spiegel, steekt een bloot been omhoog en vraagt om onze goedkeuring, met een blik van beter weten. Dat we kijken, vraagt ze, en dat doen we.

Ze spot om haar ouder worden lichaam, maar huilt er ook om…

Een dergelijk gegeven eist een sterk doorvoelde maar sobere vertolking. Els Dottermans bewijst haar meesterschap in de vele transformaties van oudere naar jongere Lolita. In haar lange gewaad doorbreekt ze het hypocriete denken omtrent het delicate gegeven.

Frank Focketyn is niet zozeer een tegenspeler maar een voortdurend aanwezige herinnering en getuige, en op de achtergrond ook een enigszins gekwelde commentator.

Focketeyn speelt Humbert met een droevig stemmende lege blik. Alsof er iets uit zijn ziel verdwenen is. De krampachtige sensuele houdingen van Dottermans’ Dolores en de manier waarop ze over haar dochter en lavendelzakjes vertelt, contrasteren met de manier waarop ze nog steeds geraffineerd kan schakelen tussen een hoog meisjesstemmetje en de stem van een volwassen vrouw.

Allebei laten ze het verlangen over het toneel stromen. Een verlangen naar elkaar, maar vooral naar vroeger.

Je zou hem kunnen zien als een oude man in een denkbeeldige beklaagdenbank. Hij voelt zich schuldig en wil dit erkend zien door ons, het publiek.

Zoals ik al zei zou je de bewerking van Dewulf kunnen zien als een omkering van de machtsverhouding.

In de versie van Dewulf is Lolita de baas, in alle opzichten. Zij genoot van de seks, maar ook van de macht die zij over hem had, als dertienjarige. Dottermans’ personage vertelt het zonder enige schaamte.

Bij de man overheerst eerder de wanhoop. Van meet af aan was hij zich bewust van de kortstondigheid van hun affaire, die hij onderging als het enige hoogtepunt in zijn leven. Sindsdien voelt hij zich een levende dode. Zij niet: ze hapte gretig in de verboden vrucht, maar maakte zich toen al geen illusies.

Er is ook nog een derde personage. Het gaat om Johan Van Overbeke, een oudere acteur. Wellicht is hij de dubbelganger van Frank Focketyn. Zijn stille aanwezigheid is intrigerend en geeft extra diepte aan het mannelijk personage. Hij zingt en begeleidt. Dat zorgt voor mooie momenten die een andere sfeer in de tekst brengen. Je zou hem ook kunnen zien als Quilty uit het verhaal van Nabokov.

In de uitvoering van Kubricks verfilming speelt Quilty ook een rol waardoor de film een surrealistisch tintje krijgt. Humbert wordt voortdurend opgefokt door een schizofreen alter-ego dat hem steeds lastigvalt. Humbert wordt uiteindelijk zo boos op de hallucinante verschijning dat hij hem doodschiet. Deze persoon zoekt dekking achter een schilderij met daarop een afbeelding van Humbert, maar die schiet dwars door het doek van het schilderij heen. Met dit symbolische einde wilde Kubrick duidelijk maken dat met het doden van de schaduw (of Quilty) Humbert uiteindelijk ook zichzelf doodt.

Centraal thema

Terug naar de bewerking van Dewulf…

Samengevat kunnen we stellen dat in “Een lolita” niet  zozeer de verboden liefde centraal staat, maar wel het onvermijdelijke verlies van jeugd en liefde.

De stem van de Focketyn die hier ijlt over zijn Lolita, kan gegeneraliseerd worden tot hoe een willekeurige man over een vervlogen liefde spreekt.

De twee personages blikken beiden terug op hun liefdesgeschiedenis, maar hebben duidelijk een andere beleving, zowel nu als toen. Voor de man was dat het gelukkigste moment uit zijn leven. Het gaf kleur aan zijn leven. Al de rest wil hij vergeten. Hij wil het zelfs zo sterk vasthouden dat hij de episode heeft opgeschreven.

Lolita zelf blikt eveneens terug op de seksuele ontmoeting en ook voor haar was het een hoogtepunt in haar leven. Daar ontdekte ze namelijk de fascinatie die mannen voor haar hebben. Ze keert terug naar die opwindende tijd, maar plaatst hem tegenover vandaag. Ze vreest immers dat haar charme de tijd niet zal doorstaan. Ze staat constant voor de spiegel – het enige indrukwekkende decorstuk – op zoek naar de sporen van het ouder worden.

Het niet kunnen accepteren van de tijd en haar aftakelende werking op alles en iedereen, vormt dus het essentiële element in deze voorstelling.

Als Dottermans’ Lolita-op-leeftijd haar lichaam staat te keuren is ze onverbiddelijk: haar borsten zijn ‘uiers’ geworden. Met haar benen kan ze nog goed voor de dag komen, maar vergeleken met hun dertienjarige status zijn het ‘varkenspoten’. Ook hij benadrukt vooral háár verval: Destijds al besefte hij de kortstondigheid van het lichaam en de ziel die hem zo aantrokken, maar nu is dit pijnlijk reëel geworden.

De vellen papier waarop hij alles heeft opgeschreven heeft hij in het vriesvak gestopt. Een intrigerend detail dat tot meerdere interpretaties uitnodigt. Zo roept het vriesvak de idee aan bewaren en vrijwaren van verderf op, maar ook aan bevriezen, een stukje gestolde tijd van een intens gelukkig moment.

VORM: REGIE

 

Dewulfs tekst en Van den Berghes regie recupereren de zondige verhouding in een poëtische, dromerige trance. De set maakt er een film noir van, met fel wit licht en diepe schaduwen.

In het brede decorbeeld (van André Joosten) zijn stoelen en tafels voorzien om in of achter weg te duiken en halfluid naar een verantwoording te zoeken in het besef dat niet het bezitten maar het begeren alles is. Tenslotte is hij een grijze ouderling die als in een droom met het nimfje nog een dansje probeert.

De setting lijkt een lounge van een goedkoop hotel, een limbo van gekleurde tafeltjes en stoeltjes waar een oude pianist liedjes zingt uit de verloren gegane tijd.

Regisseuse Julie Van den Berghe had de moeilijke opdracht om Dewulfs tijd- en ruimteloze kroniek een sferisch kader te geven. Zij doet dit met delicate schaduwwerking, waarin personages met elkaar verstrengeld kunnen raken terwijl er toch een fysieke afstand tussen hen blijft bestaan. Ook het motief van een opgeblonken spiegel waarin de mens het ideaal van zichzelf wil zien, is treffend.

Beste mensen,

Luistertheater

Tekstfragment vrouw

Hij staat daar gewoon te glimlachen, in zijn pak. Wat was hij een mooie man.
Dat vond ik meteen toen ik hem de eerste keer zag.

Die eerste blik. Ik raak hem niet kwijt. Niemand raakt dat ooit kwijt.
Hij staat op het netvlies gebrand.
Zo zegt men dat. Op het netvlies gebrand. Alles wat ik zie moet daar voorbij.

Men weet het nooit zeker, ook niet na al die jaren, vooral niet na al de jaren,
maar ik geloof nog altijd dat ik in die blik
al iets, een flits, zag van wat er zou volgen.

En hij zag het ook. Hij zeker. Hij vooral. Ik zag dat hij het zag.

9

Al jaren vraag ik mij af:
is hij de schaduw over mijn leven of het licht ervan?

Ik was zo’n meisje dat haar geheimen deelt met haar dagboek. Ik heb veel geschreven in die tijd.
In boekjes met een slotje erop.
Mijn beste vriendinnen.

Tekstfragment man

Zij is de enige herinnering die ik nog wil hebben.
En als er maar één meer is, is ze geen herinnering meer. Dan is ze meer. Dan is ze alles.
Dan staat het geheugen stil.
En dan is het geheugen geen geheugen meer.

Ze is net veertien geworden.
Ze heeft de kaarsjes uitgeblazen.
En met een vingernagel een kruis door de slagroom getrokken. We logeren ergens. Samen.
Een gast wil haar fotograferen.
Zo’n Polaroid-amateur.
Ik weiger, maar achter mijn rug poseert ze toch voor hem. Daarna laat ze me glimlachend de foto zien.
Met die blote schouder.
En de natte haren.
Ik ben uitzinnig van jaloezie.
Ze loopt weg en de hele nacht zoek ik haar.

Die nacht begrijp ik dat ze me ooit zal verlaten. Met de glimlach.
En dat ik dan, hoe lang ik ook nog besta,
al dood zal zijn.

Dat weet ik voor die nacht ook al wel.
Maar alles wat ik weet doet zij mij vergeten. Zo is het.

Dewulf

Deze tekst gaat ook over een- zaamheid. Hoe heftig is die kracht in je eigen leven?
“Mijn zinnetje voor het programmaboekje is: ‘de dwaaltuin van het geheugen en het labyrint van de erotiek hebben één gezamenlijke uitgang: de eenzaamheid.’ Ik denk dat eenzaamheid ons aller lot is, onze vanzelfsprekende staat van zijn. Mijn lichaam is mijn gevan- genis. Ik raak er nooit uit, en nie- mand zal er ooit in geraken, nie- mand begrijpt ten diepste mijn voelen en mijn denken, want jezelf echt kenbaar maken is per defini- tie onmogelijk. Voor mij is die inherente eenzaamheid meer rea- liteit dan een filosofische gedachte.”

In hoeverre is schrijven daar een wapen tegen?
“Ik begin meer en meer te besef- fen hoe belangrijk schrijven is. Omdat je met formuleren kan bezweren. En natuurlijk ook ver- bloemen. Maar die bezwering van het vlietende, daar gaat het mij om. Dat betekent niet dat ik alleen maar momenten van vreugde zou kennen tijdens het schrijven, er is

evengoed frustratie en weerzin mee gemoeid.”

“Ik vind het altijd vreemd wan- neer mensen stellige uitspraken doen: ik ben heel gelukkig, of: liefde is dit of dat. Ik weet niet wat de liefde is. Ik beoefen haar dage- lijks, want ik zie mijn gezin en mijn vrienden doodgraag. Maar om dat nu in twee definitieve zin- nen samen te vatten… Ik vind het fijn om de dingen aan te raken, in een gedicht bijvoorbeeld. Want misschien zegt één versregel meer dan een heel traktaat. Je kan vin- den dat ik zo op veilig speel, dat ik vlucht, maar volgens mij zegt het vooral iets over mijn onzeker- heid.”

Het is het verhaal dat de lezer nooit hoorde: het verhaal van het meisje.

‘Ik weet eigenlijk niet of hij de schaduw over mijn leven is, of het licht ervan’, zegt ze. Ze draagt een roze jurk, hoge hakken, en ja, die zonnebril. Niet helemaal de bril die ooit de kaft van het boek sierde. Dat was een bril met een rood montuur in de vorm van twee harten. Maar deze bril mag er ook zijn. Koket zet ze hem in haar haar. 
De Lolita van vroeger zit nog in haar. Maar inmiddels is ze een ‘voormalig meisje’, zegt ze. Een voormalig meisje dat soms terug-verlangt naar de tijd dat ze ongeveer 13 jaar oud was en alles nog mogelijk leek. Het kindvrouwtje – dat hem ontmoette. Hij, die haar op een zomerdag zag liggen in de tuin, toen hij een kamer zocht in het huis van háár moeder. Hij die als een baksteen viel voor de jonge dochter. De namen uit de beroemde roman van Vladimir Nabokov vallen niet in de mooie toneeltekst die Bernard Dewulf schreef voor NTGent. Toch blijft hij in Een lolita dicht bij dat boek: de volwassen man die valt voor een jong meisje, en zich vervolgens in de onmogelijkste bochten wringt om haar de zijne te maken. En het meisje dat daarin meegaat. Dat is de kern, maar ook details uit de roman duiken op in de voorstelling.

Zoals wanneer Lolita vertelt hoe haar leeftijdgenoten vrouw werden – stukje bij beetje, hier een gestolen kus, daar een beetje voelen. Dan zegt ze: ‘Ik ben ze in een paar minuten geworden – mijn vrouw.’


-

Perversie

“Kinderen kunnen niet instemmen met seks met volwassenen, zegt de wet. Dat is duidelijk genoeg”. Het lijkt wel een bijtend antwoord op een vroege frase in Een lolita: “Wat ik u te vertellen heb is poëzie, al denkt u daar misschien anders over”. Poëzie of perversie? Dat is in Een lolita nauwelijks aan de orde. Bernard Dewulf bewerkte Nabokovs schandaalroman tot een zinnenprikkelende tekst zon- der duidelijke morele lading.

Niets wringt in Dewulfs versie van Nabokovs lolita ***

Kijk eens hoe mooi ik ben, zegt de vrouw. Ze duwt haar buik omhoog, terwijl ze op handen en voeten op tafel staat. De vrouw, gespeeld door Els Dottermans, wil gezien worden, en bewonderd. Zoals toen ze dertien was en een oudere man zijn ogen niet van haar af kon houden. De naar de roman Lolita uit 1955 van Vladimir Nabokov gearrangeerde tekst van de Vlaamse schrijver Bernard Dewulf laat de vrouw en de man terugkijken op hun samenzijn, in elkaar afwisselende stukjes monoloog.

De man trouwde haar moeder, maar dacht aan de dochter. Na de dood van de moeder werden de twee minnaars. Dat zij een kind was, maakt de relatie bijzonder en duister. Maar het raadsel van deze voorstelling is dat die ongewoonheid geen kwestie is voor Dewulf. De man houdt van haar jeugd, haar strakke lichaam, haar donzen haartjes en gebrek aan geur. Dat hij haar ziet en haar staat van „gewichtloosheid” herkent, windt haar op. En zijn lach is lief. Er wringt niets. Dewulf is meer geïnteresseerd in zijn gezwollen dichterlijkheid dan in wat hen bezielt.

Wie eenmaal het sublieme heeft gezien, kan niet meer leven in „de woonkamers van het banale”, zegt de man, die afstandelijk en cerebraal blijft in de wat stijve rol van Frank Focketyn. Alleen zieners, zoals hij, begrijpen schoonheid, is zijn overtuiging.

.

- Ron Rijghard, NRC Handelsblad, 22-11-’12

Recensie Een lolita

Dichter en columnist Bernard Dewulf (1960) laat zich horen. In 2011 werd Kleine Dagen, een reeks miniaturen over het genot van alledaagse familiale- en andere dingen, bekroond met de Inkt-aap. Nu bereidt hij, samen met Julie Van den Berghe die hem coacht, en in samenwerking met NTGent (waar hij dramaturg is) en HetPaleis (Antwerpen) daar een reeks theaterlezingen uit voor, die in december in première gaan. Inmiddels werd hem als auteur van Een Lolita, een productie van NTGent, ook al alle lof toegezwaaid.

Julie Van den Berghe regisseert Een Lolita met veel gevoel voor timing en sfeer, intens en gedurfd. De literaire tekst van Bernard Dewulf was een uitdaging die in regie en vertolking een openbaring is geworden.

–       Roger Arteel, Theatermaggezien.net, 26-11-’12

Recensie Een lolita

‘Een Lolita’, noemde regisseur Julie Van den Berghe haar voorstelling bescheiden. En niet ‘Lolita’. De bewerking die zij dramaturg Bernard Dewulf vroeg voor haar te maken van het boek van Nabokov is immers de laatste in een lange rij van boeken, popliedjes, films en theatervoorstellingen die schatplichtig zijn aan het liefdesverhaal van de jonge Dolores en de oudere Humbert Humbert.

Door Van den Berghes simpele enscenering en het knappe spel van Dottermans en Focketeyn weet de NTGent Nabokovs verhaal zo een nieuwe, universele lading te geven die gaat over een verlangen naar een geïdealiseerd, maar beter verleden dat iedereen zal herkennen. Daarmee is ‘Een Lolita’ ook vooral ‘Een ieders Lolita’.

Nog te zien in diverse theaters in Nederland.

–       Robbert van Heuven, Trouw, 23-11-’12

Indringende terugblik op verboden Lolita-liefde ****

De taal die Dewulf zijn personages in de mond legt, is prachtig, de regie van de jonge Julie Van den Berghe speels en inventief. Frank Focketyn is ingetogen en droefgeestig als de man van toen en Els Dottermans is geweldig: een Lolita, schakelend tussen heden en verleden. 
Niet per se die van Nabokov, maar die van ons. Een meisje, gewichtloos, met een glanzende huid. Een voormalig meisje, met forse kont en hangtieten. Beschadigd misschien door alles wat er is voorgevallen, maar met een deel daarvan ook wel in het reine gekomen. 
Dottermans schiet van verleidelijk naar verdrietig, van opstandig naar berustend, van kwetsbaar naar meedogenloos en Focketyn geeft fraai subtiel tegenspel. Alleen de derde figuur van de oudere man op de achtergrond – op verschillende manieren te duiden, maar toch – voegt nauwelijks iets toe. Kleine kanttekening bij deze verder bijzondere, indringende voorstelling.

.
Dewulf laat de man en het meisje, gespeeld door Frank Focketyn en Els Dottermans, twintig jaar na dato in twee elkaar afwisselende monologen terugblikken op hun relatie, die slechts enkele maanden heeft geduurd. De man trouwde destijds de gescheiden moeder, alleen om de dochter te kunnen bereiken. Hoe dat ‘gegaan’ is? Er is niets ‘gegaan’. Hij zag haar liggen in het gras, en was meteen verkocht. Als de moeder op een zondagochtend in de kerk zit, verleidt zij hem haar op schoot te trekken. Wiegend bezorgt zij hem een orgasme, nog zonder zijn ‘speeltje’ aan te raken. Hij druipt af naar de badkamer, als een geslagen, schuldige hond.


 

 

 Later trouwde ze en kreeg een dochter. Ze verlangt nog wel eens naar zijn tong die haar poesje zo kundig likte, en naar zijn armen om haar heen, ‘zijn vieze, zachte poten’.
Het enige dat zij delen na hun kortstondige omstrengeling, is een gevoel van vergankelijkheid.

Het spel is ijzersterk. Tegen het einde demonstreert Dottermans zowel het gevaar als de verrukking van hun samenzijn, door haar kruis over de hoek van een tafel te laten schuren – het dramatische hoogtepunt van de voorstelling. Toch duurt het even voordat je je laat meeslepen. Er zijn vrij veel tekstuele herhalingen. De derde en oudste acteur op het podium, Johan Van Overbeke, speelt een onduidelijke rol in het geheel. Hij zit daar maar, in de achtergrond, zegt niets en bespeelt alleen even een keyboard. Door de speakers horen we hem zingen – een banaal liedje, dat de trance onnodig verbreekt.
Want de tekst van Dewulf zit vol parels. Zoals wanneer Lolita vertelt hoe haar leeftijdgenoten vrouw werden – stukje bij beetje, hier een gestolen kus, daar een beetje voelen. Dan zegt ze: ‘Ik ben ze in een paar minuten geworden – mijn vrouw.’


- Joost Ramaer, 21 november 2012 op theaterkrant.nl

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s