Column: “Vooruitgang of ondergang?” (voorstel Rekto-Verso 2009)

Vooruitgang of ondergang?

 

Eros en thanatos zijn onlosmakelijk met elkaar verstrengeld. Liefde en haat liggen dicht bij elkaar. Na 2000 jaar ‘Westerse beschaving’ zijn de thema’s uit Griekse tragedies nog steeds actueel. De technologie gaat vooruit als een straaljager, maar intermenselijke problemen en metafysische vraagstukken blijven min of meer dezelfde. Sterker nog, psychische problemen zoals depressie en zelfmoord blijken het meest voorkomend in economisch welvarende landen. De nieuwe voorstelling van INVITRO (regisseur Jan De Keyser) wil de antieke wereld, de psyche van Medea, confronteren met de hedendaagse samenleving, daags voor de ondergang.

 

Via de media worden we overstelpt met mondiale dreigingen en ecologische rampscenario’s. Onze hoogkapitalistische wereldeconomie gaat samen met de uitputting van natuurlijke bronnen, de ongelijke verdeling van de rijkdom, postkolonialisme, klimaatverandering, ontbossing, verhoogde onvruchtbaarheid, stress,… Is de mens bezig z’n eigen wereld te vernietigen?

 

Het theatergezelschap INVITRO denkt fatalistisch en wil met haar nieuwe productie Medea een futuristische apocalyps uitbeelden, met wortels en oorzaken in het heden. Om die ondergang te vertellen spreekt INVITRO het meest onmenselijke en nietsontziende verhaal aan: dat van een moeder die haar eigen kinderen doodt. Het verhaal van Medea, opgevat als metafoor voor de mens die z’n eigen graf graaft.

 

INVITRO omringt de figuur van Medea door twee alter ego’s die haar getormenteerde psyche en handelen mee in beeld brengen. De volwassen Medea, gespeeld door actrice Emilie De Roo, reciteert uit het werk van Heinrich Müller. De danseres Karolina Wolkowiecka staat voor de niet geperverteerde jeugd en de vruchtbaarheidsrite. De mezzo-sopraan Inez Carsauw, de beminnelijke dood, vertolkt a capella liederen van G. Mahler.

 

Daarmee zijn de drie archetypische leeftijden vertegenwoordigd: de jonge dochter, de volwassen Medea en de oude min. Geboorte, leven en dood, maar ook groei, hoogtepunt en ondergang. De mannen zijn in deze wereld afwezig, of althans zonder grote rol: de zanger, 3 gitaristen en drummer van de jonge metalband ‘The Black Heart Rebellion’. Als mannen onder elkaar nemen zij Jason op in hun midden. Als apocalyptische ruiters kondigen zij met muzikaal geweld het einde aan.

 

Black is back. Dat is ook te merken in de laatste nieuwe voorstelling van Wim Vandekeybus ‘Nieuw Zwart’. Maar is dat zwart werkelijk nieuw? Is doemdenken en black-metal niet meer iets van de eighties en nineties? Hoewel het bewonderenswaardig is dat theatermakers en kunstenaars zich wagen aan een confrontatie met de hedendaagse problemen van onze maatschappij, valt het op hoe duister, zwart en cynisch deze in beeld wordt gebracht. De sfeer is dreigend, acteurs schreeuwen of zwijgen en toeschouwers blijven achter met een wrang gevoel. Is het zinvol als theatermakers als Jan De Keyser, Wim Vandekeybus maar ook Jan Fabre met zijn ‘Orgie van de Tolerantie’ bijvoorbeeld ons een letterlijke spiegel voorhouden? Het lijkt erop dat hun voorstellingen even cynisch zijn als het cynisme dat ze willen bekritiseren. Of willen ze helemaal niets bekritiseren en is apathisch toekijken de enige uitweg voor zij die niet akkoord gaan met de maatschappij zoals die er vandaag voor staat?   De voorstellingen Medea, Orgie van de Tolerantie of Nieuw Zwart zijn doordrongen van theatraal geklaag en wenteling in zelfmedelijden zonder alternatief of hoop. Men kan evengoed in een luie zetel naar Temptation Island of het journaal kijken. Het ene programma toont platte seks van mediageile robots zonder gevoel, het andere toont hard geweld en een uitzichtloze maatschappij vol problemen. Eerder ondergang dan vooruitgang dus.

 

De media brengt producten voort die kijkcijfers moeten scoren. Mensen zijn moe en gestresseerd als ze van hun werk komen en willen ontspannen voor tv. In een hyperkapitalistische maatschappij is verspilling de hoogste deugd: kant-en-klare maaltijden eten, verslavende cola drinken en zappen maar. Problemen bespreek je bij de psycholoog want therapie is een bloeiende sector die de economie mee draaiende houdt. Als je medicatie nodig hebt, antidepressiva, rilatine of slaappillen draag je bij tot het herstel van de economische crisis. Proficiat. Stel je vooral de vraag niet naar de zin van het leven want je zal uitkomen bij zelfmoord. En dan neem je natuurlijk best je kinderen mee in de dood want je wil hen dit leven toch niet aandoen?

 

INVITRO brengt het verhaal van Medea zonder enig sociaal kader. In deze voorstelling krijgen we enkel de rauwe wanhoop te zien van een eenzame moeder die depressie en dood als enige uitweg ziet. Ze is vervreemd van haar omgeving, vervreemd van haar menselijke warmte. Where is the love? Niet dat we moeten terugkeren naar de love & peace uit de sixties want hippies waren eigenlijk de voorlopers van het hedendaagse massaconsumeren van seks en genotsmiddelen. Maar mogen we van kunstenaars niet verwachten dat ze meer doen dan louter weergeven hoe het met mens en maatschappij is gesteld? Een vleugje gevoel, een sprankeltje hoop of een lichtpuntje in de duisternis zou misschien welkom zijn.

 

Al sinds de jaren ’70 is er de postmodernistische trend om ‘het niets’ te verheerlijken. Het leven heeft geen enkele zin, de waarheid als dusdanig bestaat niet en ervoor bidden doen enkel de dwazen. En toch missen we iets. Maar wie durft erover te praten? Fundamentalisten schreeuwen en kinderen moeten zwijgen. Theatermakers scheppen een kille scène waar de visuele fotografische beelden fantastisch zijn, maar personages als beesten of zombies in ronddwalen. Verdwaald in hun spel.

 

Gezinnen spatten uiteen, mensen zitten geïsoleerd voor tv of achter een computerscherm. Ze vinden elkaar terug op planeet internet waar men via het indrukken van lettertoetsen en het doorsturen van foto’s en filmpjes contact maakt. De postmoderne beeldcultuur. Naar het schijnt zijn gezinsdrama’s vooral te wijten aan een gebrek aan communicatie. Maar tijd voor dialoog ontbreekt in een wereld waar alles snel moet gaan. Maar gaat het wel vooruit?

 

De Antieke Grieken waren grootmeesters in het bevragen van de menselijke realiteit. Via symbolische mythen en poëtisch taalgebruik raakten ze diepmenselijke vraagstukken aan waar mensen vandaag nog steeds mee zitten. Hoewel computers en technologie steeds sneller evolueren, stelt de moderne mens zich nog steeds dezelfde metafysische vragen als de oude Griek. De lichtshows, digitale muziek en dure kostuums in theater zijn van de hoogste kwaliteit, maar waarover gaat het inhoudelijk? Durven theatermakers als De Keyser, Fabre en Vandekeybus werkelijk raken aan diepmenselijke thema’s? Zal iemand nog over hen spreken over 2000 jaar? Of moeten we ons die laatste vraag niet stellen aangezien de wereld binnenkort toch ten onder gaat?

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s